Kinderen en jongeren moeten rookvrij kunnen opgroeien. Daar hoort een rookvrij schoolterrein bij. Uit onderzoek blijkt dat kinderen en jongeren die anderen zien roken, zelf ook eerder gaan roken[1] [2]. Een rookvrij schoolterrein beschermt hen ook tegen de schadelijke gevolgen van meeroken. Veel scholen hebben daarom al een rookvrij schoolterrein.

Per 2020 zijn scholen in het primair en voortgezet onderwijs en het MBOmiddelbaar beroepsonderwijs verplicht hun terrein rookvrij te maken (Tabaks-en rookwarenwet, amendement van Carla Dik-Faber, 2016). De Onderwijsagenda Sport, Bewegen en een Gezonde Leefstijl (SBGLSport, Bewegen en een Gezonde Leefstijl ) van de POprimair onderwijs -Raad, VOvoortgezet onderwijs -raad en MBO Raad, het Longfonds, de partners uit de Alliantie Nederland Rookvrij en het Trimbos-instituut bundelen de krachten en ondersteunen het onderwijs om het rookvrije schoolterrein te realiseren.

Heeft u al een rookvrij schoolterrein? U kunt zelf aan de slag via www.rookvrijschoolterrein.nl. Een rookvrij schoolterrein past bij een Gezond Schoolplein.

Bestel een informatiebord ‘Rookvrije generatie’ met 10% korting

Vanuit het programma Gezonde School bieden wij 10% korting op het informatiebord 'Dit terrein is rookvrij' met het logo van Gezonde School. Is uw schoolterrein rookvrij? Bestel dan het informatiebord  en gebruik de volgende kortingscode: RVG-GEZONDESCHOOL.   

Heeft uw school het bord geplaatst? Dan vragen wij u om een foto te maken van het bord op het schoolterrein en deze foto te delen op social media en daarbij #GezondeSchool te noemen en #rookvrijegeneratie. Twitter: @GezondeschoolNL, Facebook: @GezondschoolNL. Hiermee inspireert u andere scholen!

 

Referenties en bronnen

  1. Verdurmen J., Monshouwer K., van Laar M. Roken en Jeugd Monitor 2013. Utrecht: Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging (onderdeel van het Trimbos-instituut) 2014.
  2. W. Weijde T, Croes E. Roken - een aantal feiten op een rij. Utrecht: Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging (onderdeel van het Trimbos-instituut) 2015.