Periodiek onderzoek bij studenten

Door (twee)jaarlijks het middelengebruik van uw studenten in kaart te brengen, bijvoorbeeld met een schoolvragenlijst van Testjeleefstijl of de spreekuren van Verslavingszorg, krijgt u inzicht in het middelengebruik van uw studentenpopulatie. Deze vragenlijst bevat onder andere vragen over roken, alcohol, cannabis, xtc en de waterpijp.

Schoolmedewerker getraind in signaleren

Scholen kunnen te maken krijgen met problematisch gebruik van studenten zelf of in hun directe omgeving. In die gevallen is het van belang dat schoolpersoneel adequaat kan reageren en ondersteuning kan bieden. Medewerkers volgen minimaal de E-learning Middelenkennis of wonen een voorlichting bij over middelen van de lokale instelling voor verslavingszorg. Ze leren signalen van middelengebruik herkennen, het gesprek met studenten aan te gaan en probleemgebruikers te begeleiden naar verdere zorg. Ook kunnen medewerkers die werkzaam zijn in de zorgstructuur aanvullend een vervolgcursus volgen. Deze cursus is opgenomen in het persoonlijk ontwikkelplan van medewerkers: mbo.signalerenalcoholendrugs.nl.

Koppeling met zorgteam

In een goed zorgprotocol staat welke zorg de school geeft aan studenten die problematisch alcohol of drugs gebruiken. Bij eenvoudige problemen kan het zorgadviesteam (ZATZorg- en adviesteam (ZAT) Een zorg- en adviesteam is een multidisciplinair team, waarin professionals die zorg en ondersteuning bieden aan leerlingen en hun ouders, samenwerken met scholen om problemen van die leerlingen op te lossen. URL: http://www.zat.nl ) op school de student helpen. Is er sprake van een ernstig probleem, dan is begeleiding buiten de school noodzakelijk. Maak afspraken over het signaleren en beoordelen van deze problemen, wie welke rol hierin heeft, en welke hulp ingeschakeld kan worden.

Er zijn afspraken gemaakt met de lokale instelling voor verslavingszorg over verwijzing en een medewerker van deze instelling maakt structureel deel uit van het ZAT. 

Een medewerker van de GGDGemeentelijke gezondheidsdienst of IVZ helpt de school bij het opstellen van het protocol. Om het protocol goed te laten werken, is het belangrijk dat alle (nieuwe) schoolmedewerkers hiermee bekend zijn. 

Informatie vragen en hulp studenten en ouders

Zorg ervoor dat het voor uw studenten en ouders duidelijk is bij wie ze terecht kunnen bij vragen of problemen rondom middelengebruik. Dit kan bijvoorbeeld bij de zorgcoördinator, de vertrouwenspersoon of de SLB’er. Neem deze informatie op in het schoolreglement of bespreek dit met de student.

Samenwerken andere organisaties

Andere partijen kunnen zijn:

  • De school (meestal een studentenbegeleider, orthopedagoog en/of teamleider)
  • Leerplichtambtenaar
  • GGD
  • IVZ
  • Schoolmaatschappelijk werk
  • Bureau Jeugdzorg (op afroep)
  • Politie (op afroep)

Extra ondersteuning

Een docent of SLB’ er kan een student (14-24 jaar) die beginnend problematisch bezig is met middelengebruik / gokken of gamen doorverwijzen naar de Moti-4 interventie van een lokale IVZ.