Wat staat er in het beleid?

Als de school structureel veel aandacht besteedt aan bewegen en sport ter bevordering van een actieve en gezonde leefstijl, dan moet het aanbod ter verankering van het beleid ook goed beschreven worden in de schoolgids, projectplan, schoolwerkplan of meerjarenbeleidsplan.

De school moet voldoen aan de richtlijn van het ministerie van OC&W met betrekking tot het aantal lessen bewegingsonderwijs per week. Hierin staat dat groep 1 en 2 een dagelijks beweegmoment moeten krijgen met een minimum van 3,75 uur per week en groep 3 t/m 8 minimaal twee maal 45 minuten per week bewegingsonderwijs moeten krijgen. In de richtlijn wordt bewust gesproken over 2 keer 45 minuten bewegingsonderwijs voor de groepen 3 t/m 8 per week en niet over 1,5 uur. De nadelen van een 90-minuten les zijn vergelijkbaar met de nadelen van een 90-minuten les voor taal of rekenen. Het is voor de meeste kinderen lastig om zolang gefocust te blijven op een zelfde soort leerproblemen.

Uiteraard moeten de lessen bewegingsonderwijs worden gegeven door bevoegde leerkrachten. Het komt de kwaliteit ten goede als de lessen worden gegeven door een vakleerkracht bewegingsonderwijs of een goed opgeleide groepsleerkracht (vakspecialist). Voor het geven van lessen bewegingsonderwijs in het primair onderwijs kan de leerkracht op drie manieren bevoegd zijn:

  • ALO
  • Pabo na 2005 + leergang vakbekwaam bewegingsonderwijs (ook wel "de leergang" of "VBO" genoemd)
  • Pabo voor 2005 gevolgd

Alle andere opleidingen geven dus geen bevoegdheid voor het geven van bewegingsonderwijs in het primair onderwijs.

Draagvlak ouders, medewerkers en leerlingen

Het is belangrijk om draagvlak te creëren bij ouders, leerlingen en medewerkers voor het beleid op het gebied van Bewegen en sport. Denk bijvoorbeeld aan het agenderen van het thema in de medezeggenschapsraad of laat leerlingen meedenken over de inrichting van een speelplein, een actievere schooldag, enz. Ook de betrokkenheid van medewerkers is belangrijk om bewegend leren en het creëren van extra beweegmomenten handen en voeten te geven. Ook kunnen zij een rol krijgen bij organisatie van beweeg- en sportactiviteiten vanuit inzet taakuren.

Coördinatie

Het is goed als de school een beweegteam formeert. Zo’n beweegteam stemt het aanbod van beweegactiviteiten met elkaar af. In het beweegteam kunnen verschillende geledingen (leerkrachten, ouders, leerlingen, sportservicebureau, MRT-er, combinatiefunctionaris) participeren.

Evaluatie

Om het programma zinvol te houden en draagvlak te creëren of behouden is het goed om het beleid rondom Bewegen en sport van de school jaarlijks schoolbreed te evalueren.