Wat kan de school doen?

Kinderen vergroten hun internetvaardigheden in de eerste plaats door ervaring zelf online op te bouwen. Leerkrachten kunnen kinderen helpen door zowel de positieve kanten als de risico’s te benoemen en te bespreken. Positief gebruik is bijvoorbeeld het inzetten van sociale media voor een goede doelen-actie of het maken en publiceren van klassenfilmpjes voor de Kinderboekenweek op school.

Ook kan er aandacht zijn voor de fysieke gezondheid zoals bewegen of overgewicht in relatie tot mediagebruik en de inhoud. Wat doet reclame en andere media-inhoud met je? Denk aan snacks, alcohol in soaps of reclame, de superdunne modellen in shows, de gespierde macho’s in films. Wat vinden kinderen daarvan? Het aangrijpen van nieuwsberichten is een laagdrempelige manier om in gesprek te gaan. In het gesprek kunnen signalen van risicovol of grensoverschrijdend gedrag worden herkend.

Digitaal pesten

Bij digitaal pesten of cyberpesten kan getreiter letterlijk 24 uur per dag, 7 dagen per week doorgaan. Scholieren pesten elkaar  online door:

  • beledigende berichten op sociale media;
  • misbruik van privégegevens, zoals het stelen van wachtwoorden of het aanmaken van nep-accounts;
  • dreigtweets;
  • het verspreiden van beeldmateriaal zoals intieme foto's of filmpjes van mishandeling;
  • uitsluiting in Whatsappgroepen;
  • haatcampagnes via sociale media.